Naar de inhoud

centreren

in het middelpunt brengen

centreren

werkwoord

Betekenis

  1. in het middelpunt brengen

Vervoeging van centreren

centrerenhele werkwoord — centreerdeverleden tijd enkelvoud — centreerdenverleden tijd meervoud — gecentreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik centreer centreerde
jij centreert centreerde
hij, zij, het centreert centreerde
wij centreren centreerden
jullie centreren centreerden
zij centreren centreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
centreer gebiedende wijs
centreerde verleden tijd
centrere aanvoegende wijs
centrerend onvoltooid, deelwoord
er is gecentreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecentreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecentreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecentreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecentreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecentreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecentreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecentreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecentreerd verleden tijd, deelwoord
gecentreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecentreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecentreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecentreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecentreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecentreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecentreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecentreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecentreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecentreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecentreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te centreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecentreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen centreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecentreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecentreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecentreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecentreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecentreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt centreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecentreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecentreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen centreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult centreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecentreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecentreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecentreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het midden zoeken’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van centreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
centreer gebiedende wijs centreren
centreerde verleden tijd centreren
centreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon centreren
centreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon centreren
centrere aanvoegende wijs centreren
centrerend onvoltooid deelwoord centreren
centrerende woordvorm centreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van centreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over centreren

Wat betekent centreren?
Centreren is een werkwoord. Het woord betekent: in het middelpunt brengen.
Hoe vervoeg je centreren?
Je vervoegt centreren als volgt: de tegenwoordige tijd is centreer, de verleden tijd is centreerde en het voltooid deelwoord is gecentreerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord centreren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. E 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

centreren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. E 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

centreren in het kort

centreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van centreren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort centreren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

centreren: in het middelpunt brengen
Deel centreren — standaardnederlands.nl