censureren
werkwoordBetekenis
- bewust informatie uit de media weghalen
Vervoeging van censureren
censurerenhele werkwoord — censureerdeverleden tijd enkelvoud — censureerdenverleden tijd meervoud — gecensureerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | censureer | censureerde |
| jij | censureert | censureerde |
| hij, zij, het | censureert | censureerde |
| wij | censureren | censureerden |
| jullie | censureren | censureerden |
| zij | censureren | censureerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| censureer | gebiedende wijs |
| censureerde | verleden tijd |
| censurere | aanvoegende wijs |
| censurerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecensureerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecensureerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecensureerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecensureerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecensureerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecensureerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecensureerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecensureerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecensureerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecensureerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecensureerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecensureerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecensureerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecensureerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecensureerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecensureerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecensureerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecensureerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecensureerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecensureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecensureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecensureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecensureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecensureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te censureren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecensureerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen censureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecensureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecensureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecensureerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecensureerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecensureerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecensureerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecensureerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt censureren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecensureerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecensureerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen censureren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult censureren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecensureerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecensureerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecensureerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrijheid van meningsuiting beperken’ voor het eerst aangetroffen in 1726
Woordfamilie van censureren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| censureer | gebiedende wijs | censureren |
| censureerde | verleden tijd | censureren |
| censureerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | censureren |
| censureert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | censureren |
| censurere | aanvoegende wijs | censureren |
| censurerend | onvoltooid deelwoord | censureren |
| censurerende | woordvorm | censureren |
| gecensureerd | voltooid deelwoord | censureren |
| gecensureerde | woordvorm | censureren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van censureren zijn vastgelegd.