celebreren
werkwoordBetekenis
- plechtig herdenken
- plechtig bedienen, een mis vieren
Vervoeging van celebreren
celebrerenhele werkwoord — celebreerdeverleden tijd enkelvoud — celebreerdenverleden tijd meervoud — gecelebreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | celebreer | celebreerde |
| jij | celebreert | celebreerde |
| hij, zij, het | celebreert | celebreerde |
| wij | celebreren | celebreerden |
| jullie | celebreren | celebreerden |
| zij | celebreren | celebreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| celebreer | gebiedende wijs |
| celebreerde | verleden tijd |
| celebrere | aanvoegende wijs |
| celebrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecelebreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecelebreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecelebreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecelebreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecelebreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecelebreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecelebreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecelebreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecelebreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecelebreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecelebreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecelebreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecelebreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecelebreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecelebreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecelebreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecelebreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecelebreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecelebreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecelebreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te celebreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecelebreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen celebreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecelebreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecelebreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecelebreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecelebreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecelebreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen celebreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult celebreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecelebreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecelebreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecelebreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vieren, plechtig bedienen’ voor het eerst aangetroffen in 1295
Woordfamilie van celebreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| celebreer | gebiedende wijs | celebreren |
| celebreerde | verleden tijd | celebreren |
| celebreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | celebreren |
| celebreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | celebreren |
| celebrere | aanvoegende wijs | celebreren |
| celebrerend | onvoltooid deelwoord | celebreren |
| celebrerende | woordvorm | celebreren |
| gecelebreerd | voltooid deelwoord | celebreren |
| gecelebreerde | woordvorm | celebreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van celebreren zijn vastgelegd.