Naar de inhoud

canoniseren

tot canon maken

canoniseren

werkwoord

Betekenis

  1. tot canon maken

Vervoeging van canoniseren

canoniserenhele werkwoord — canoniseerdeverleden tijd enkelvoud — canoniseerdenverleden tijd meervoud — gecanoniseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik canoniseer canoniseerde
jij canoniseert canoniseerde
hij, zij, het canoniseert canoniseerde
wij canoniseren canoniseerden
jullie canoniseren canoniseerden
zij canoniseren canoniseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
canoniseer gebiedende wijs
canoniseerde verleden tijd
canonisere aanvoegende wijs
canoniserend onvoltooid, deelwoord
er is gecanoniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecanoniseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecanoniseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecanoniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecanoniseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecanoniseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecanoniseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecanoniseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecanoniseerd verleden tijd, deelwoord
gecanoniseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecanoniseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecanoniseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanoniseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanoniseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecanoniseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecanoniseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecanoniseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecanoniseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecanoniseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecanoniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te canoniseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecanoniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen canoniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecanoniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecanoniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecanoniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecanoniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecanoniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen canoniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult canoniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecanoniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecanoniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecanoniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voor heilig verklaren’ voor het eerst aangetroffen in 1531

Woordfamilie van canoniseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
canoniseer gebiedende wijs canoniseren
canoniseerde verleden tijd canoniseren
canoniseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon canoniseren
canoniseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon canoniseren
canonisere aanvoegende wijs canoniseren
canoniserend onvoltooid deelwoord canoniseren
canoniserende woordvorm canoniseren
gecanoniseerd voltooid deelwoord canoniseren
gecanoniseerde woordvorm canoniseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van canoniseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over canoniseren

Wat betekent canoniseren?
Canoniseren is een werkwoord. Het woord betekent: tot canon maken.
Hoe vervoeg je canoniseren?
Je vervoegt canoniseren als volgt: de tegenwoordige tijd is canoniseer, de verleden tijd is canoniseerde en het voltooid deelwoord is gecanoniseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord canoniseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. N 1
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

canoniseren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. N 1
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

canoniseren in het kort

canoniseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van canoniseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort canoniseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

canoniseren: tot canon maken
Deel canoniseren — standaardnederlands.nl