Naar de inhoud

camoufleren

een voorwerp onopvallend maken

camoufleren

werkwoord /kɑmuflerən/

Betekenis

  1. een voorwerp onopvallend maken
  2. een handeling verbergen

Hoe spreek je camoufleren uit?

/kɑmuflerən/

Camoufleren bestaat uit vier lettergrepen.

De tekens in /kɑmuflerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
m maan
u boek
f fiets
l land
e veel
r rood
ə de
n nek

Vervoeging van camoufleren

camouflerenhele werkwoord — camoufleerdeverleden tijd enkelvoud — camoufleerdenverleden tijd meervoud — gecamoufleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik camoufleer camoufleerde
jij camoufleert camoufleerde
hij, zij, het camoufleert camoufleerde
wij camoufleren camoufleerden
jullie camoufleren camoufleerden
zij camoufleren camoufleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
camoufleer gebiedende wijs
camoufleerde verleden tijd
camouflere aanvoegende wijs
camouflerend onvoltooid, deelwoord
er is gecamoufleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecamoufleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecamoufleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecamoufleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecamoufleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecamoufleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecamoufleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecamoufleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecamoufleerd verleden tijd, deelwoord
gecamoufleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecamoufleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecamoufleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecamoufleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecamoufleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecamoufleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecamoufleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecamoufleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecamoufleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecamoufleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecamoufleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te camoufleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecamoufleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen camoufleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecamoufleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecamoufleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecamoufleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecamoufleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecamoufleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen camoufleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult camoufleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecamoufleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecamoufleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecamoufleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onopvallend maken’ voor het eerst aangetroffen in 1924

Woordfamilie van camoufleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
camoufleer gebiedende wijs camoufleren
camoufleerde verleden tijd camoufleren
camoufleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon camoufleren
camoufleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon camoufleren
camouflere aanvoegende wijs camoufleren
camouflerend onvoltooid deelwoord camoufleren
camouflerende woordvorm camoufleren
gecamoufleerd voltooid deelwoord camoufleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van camoufleren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over camoufleren

Hoe spreek je camoufleren uit?
De uitspraak van camoufleren is: /kɑmuflerən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent camoufleren?
Camoufleren is een werkwoord. Het woord betekent: een voorwerp onopvallend maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je camoufleren?
Je vervoegt camoufleren als volgt: de tegenwoordige tijd is camoufleer, de verleden tijd is camoufleerde en het voltooid deelwoord is gecamoufleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord camoufleren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. A 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. U 4
  6. F 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

camoufleren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. A 1
  3. M 3
  4. O 1
  5. U 2
  6. F 4
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 zonder bonus
  13. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

camoufleren in het kort

camoufleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van camoufleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort camoufleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

camoufleren: een voorwerp onopvallend maken
Deel camoufleren — standaardnederlands.nl