bun
zelfstandig naamwoord bʏnBetekenis
- een met water gevuld compartiment (in een schip), dat via vele kleine openingen rechtstreeks in verbinding staat met het buitenwater waarin vis levend bewaard kan worden
- goed
Hoe spreek je bun uit?
/bʏn/
Bun bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| n | nek |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bunnen | meervoud |
| bunnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bunnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van bun
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bunnen | meervoud | bun |
| bunnetje | verkleinwoord | bun |
| bunnetjes | verkleinwoord meervoud | bun |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bun zijn vastgelegd.