visruim
zelfstandig naamwoordBetekenis
- ruim van een vissersschip waarin men de gevangen, dode vis bewaart
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| visruimen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van vis zn en ruim zn
Woordfamilie van visruim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| visruimen | meervoud | visruim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van visruim zijn vastgelegd.