Naar de inhoud

buitenzetten

uit het gebouw verwijderen

buitenzetten

werkwoord

Betekenis

  1. uit het gebouw verwijderen

Vervoeging van buitenzetten

buitenzettenhele werkwoord — zette buitenverleden tijd enkelvoud — zetten buitenverleden tijd meervoud — buitengezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet buiten zette buiten
jij zet buiten zette buiten
hij, zij, het zet buiten zette buiten
wij zetten buiten zetten buiten
jullie zetten buiten zetten buiten
zij zetten buiten zetten buiten
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
buiten te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buiten te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buiten zal zetten bijzin, toekomende tijd
buiten zou zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buiten zullen zetten bijzin, toekomende tijd
buiten zult zetten bijzin, toekomende tijd
buitengezet verleden tijd, deelwoord
buitengezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitenzet bijzin, tegenwoordige tijd
buitenzette bijzin, verleden tijd
buitenzettend onvoltooid, deelwoord
er is buitengezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was buitengezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd buitengezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt buitengezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal buitengezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal buitengezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou buitengezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou buitengezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben buitengezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen buitenzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal buitenzetten bijzin, toekomende tijd
zet buiten gebiedende wijs
zette buiten verleden tijd
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) buitenzetten buiten zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitenzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen buitenzetten bijzin, toekomende tijd
zult buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van buitenzetten

Vervoeging van buitenzetten

buitenzettenhele werkwoord — zette buitenverleden tijd enkelvoud — zetten buitenverleden tijd meervoud — buitengezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet buiten zette buiten
jij zet buiten zette buiten
hij, zij, het zet buiten zette buiten
wij zetten buiten zetten buiten
jullie zetten buiten zetten buiten
zij zetten buiten zetten buiten
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
buiten te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buiten te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buiten zal zetten bijzin, toekomende tijd
buiten zou zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
buiten zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buiten zullen zetten bijzin, toekomende tijd
buiten zult zetten bijzin, toekomende tijd
buitengezet verleden tijd, deelwoord
buitengezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
buitengezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
buitengezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
buitengezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitengezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
buitenzet bijzin, tegenwoordige tijd
buitenzette bijzin, verleden tijd
buitenzettend onvoltooid, deelwoord
er is buitengezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was buitengezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd buitengezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt buitengezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal buitengezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal buitengezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou buitengezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou buitengezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben buitengezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen buitenzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was buitengezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt buitengezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal buitenzetten bijzin, toekomende tijd
zet buiten gebiedende wijs
zette buiten verleden tijd
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt buitengezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) buitenzetten buiten zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt buitengezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitengezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt buitenzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen buitenzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitenzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen buitenzetten bijzin, toekomende tijd
zult buitengezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult buitengezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult buitengezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van buiten en zetten

Woordfamilie van buitenzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
buitengezet voltooid deelwoord buitenzetten
buitengezette woordvorm buitenzetten
buitenzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd buitenzetten
buitenzette subordinate-clause, verleden tijd buitenzetten
buitenzettend onvoltooid deelwoord buitenzetten
buitenzettende woordvorm buitenzetten
zet buiten gebiedende wijs buitenzetten
zette buiten verleden tijd buitenzetten
zetten buiten aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon buitenzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenzetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over buitenzetten

Wat is de betekenis van buitenzetten?
Buitenzetten is een werkwoord. De betekenis is: uit het gebouw verwijderen.
Hoe vervoeg ik buitenzetten?
Zo vervoeg je buitenzetten zo: het voltooid deelwoord is buitengezet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord buitenzetten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. T 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

buitenzetten levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. T 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

buitenzetten in het kort

buitenzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van buitenzetten staan er 84 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort buitenzetten bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

buitenzetten: uit het gebouw verwijderen
Deel buitenzetten — standaardnederlands.nl