Naar de inhoud

buitelen

ergens over de kop heengaan of -rollen

buitelen

werkwoord ˈbœytələ(n)

Betekenis

  1. ergens over de kop heengaan of -rollen
  2. over de kop gaan of rollen
  3. elkaar verdringen
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Hoe spreek je buitelen uit?

/ˈbœytələn/

Buitelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbœytələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
œy huis
t tak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van buitelen

buitelenhele werkwoord — buiteldeverleden tijd enkelvoud — buiteldenverleden tijd meervoud — gebuiteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buitel buitelde
jij buitelt buitelde
hij, zij, het buitelt buitelde
wij buitelen buitelden
jullie buitelen buitelden
zij buitelen buitelden
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
buitel gebiedende wijs
buitelde verleden tijd
buitele aanvoegende wijs
buitelend onvoltooid, deelwoord
er is gebuiteld impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gebuiteld impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gebuiteld impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gebuiteld impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gebuiteld worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gebuiteld zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gebuiteld worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gebuiteld zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebuiteld verleden tijd, deelwoord
gebuiteld te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebuiteld zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gebuiteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
te buitelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn gebuiteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen buitelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gebuiteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt buitelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen buitelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult buitelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit mogelijk Middelnederlands beiten "van een rijdier afstappen" met het achtervoegsel -el, in de betekenis van ‘tuimelen’ voor het eerst aangetroffen in 1612

Woordfamilie van buitelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
buitel gebiedende wijs buitelen
buitelde verleden tijd buitelen
buitelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon buitelen
buitele aanvoegende wijs buitelen
buitelend onvoltooid deelwoord buitelen
buitelende woordvorm buitelen
buitelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon buitelen
gebuiteld voltooid deelwoord buitelen
gebuitelde woordvorm buitelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over buitelen

Hoe spreek je buitelen uit?
De uitspraak van buitelen is: /ˈbœytələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent buitelen?
Buitelen is een werkwoord. Het woord betekent: ergens over de kop heengaan of -rollen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je buitelen?
Je vervoegt buitelen als volgt: de tegenwoordige tijd is buitel, de verleden tijd is buitelde en het voltooid deelwoord is gebuiteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord buitelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

buitelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

buitelen in het kort

buitelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van buitelen zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort buitelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

buitelen: ergens over de kop heengaan of -rollen
Deel buitelen — standaardnederlands.nl