bugel
zelfstandig naamwoord ˈbyɣəlBetekenis
- een koperen blaasinstrument in Bes of Es of sporadisch ook wel C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten
Hoe spreek je bugel uit?
/ˈbyxəl/
Bugel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| y | fuut |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bugels | meervoud |
| bugeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bugeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Woordfamilie van bugel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bugels | meervoud | bugel |
| bugeltje | verkleinwoord | bugel |
| bugeltjes | verkleinwoord meervoud | bugel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bugel zijn vastgelegd.