buggy
zelfstandig naamwoord ˈbʏɡiBetekenis
- een karretje met vier wielen waarin een baby of peuter vervoerd kan worden
- een bepaald soort auto lijkend op een kleine jeep
Hoe spreek je buggy uit?
/ˈbʏgi/
Buggy bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ʏ | put |
| g | goal |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buggy's | meervoud |
| buggy'tje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buggy'tjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘opvouwbare kinderwagen’ voor het eerst aangetroffen in 1984
Woordfamilie van buggy
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buggy's | meervoud | buggy |
| buggy'tje | verkleinwoord | buggy |
| buggy'tjes | verkleinwoord meervoud | buggy |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buggy zijn vastgelegd.