Naar de inhoud

brutaliseren

met grofheid of geweld bejegenen

brutaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. met grofheid of geweld bejegenen

Vervoeging van brutaliseren

brutaliserenhele werkwoord — brutaliseerdeverleden tijd enkelvoud — brutaliseerdenverleden tijd meervoud — gebrutaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brutaliseer brutaliseerde
jij brutaliseert brutaliseerde
hij, zij, het brutaliseert brutaliseerde
wij brutaliseren brutaliseerden
jullie brutaliseren brutaliseerden
zij brutaliseren brutaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brutaliseer gebiedende wijs
brutaliseerde verleden tijd
brutalisere aanvoegende wijs
brutaliserend onvoltooid, deelwoord
er is gebrutaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebrutaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebrutaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebrutaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebrutaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebrutaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebrutaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebrutaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebrutaliseerd verleden tijd, deelwoord
gebrutaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrutaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrutaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrutaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrutaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrutaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrutaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrutaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrutaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrutaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrutaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brutaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrutaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brutaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebrutaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebrutaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebrutaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrutaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrutaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brutaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brutaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrutaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrutaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrutaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Van het Engelse brutalise of het Franse brutaliser met het achtervoegsel -iseren

Woordfamilie van brutaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brutaliseer gebiedende wijs brutaliseren
brutaliseerde verleden tijd brutaliseren
brutaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brutaliseren
brutaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brutaliseren
brutalisere aanvoegende wijs brutaliseren
brutaliserend onvoltooid deelwoord brutaliseren
brutaliserende woordvorm brutaliseren
gebrutaliseerd voltooid deelwoord brutaliseren
gebrutaliseerde woordvorm brutaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brutaliseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over brutaliseren

Wat is de betekenis van brutaliseren?
Brutaliseren is een werkwoord. De betekenis is: met grofheid of geweld bejegenen.
Hoe vervoeg ik brutaliseren?
Zo vervoeg je brutaliseren zo: de tegenwoordige tijd is brutaliseer, de verleden tijd is brutaliseerde en het voltooid deelwoord is gebrutaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brutaliseren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. U 4
  4. T 2
  5. A 1
  6. L 3
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brutaliseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. U 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. L 3
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

brutaliseren in het kort

brutaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van brutaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort brutaliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

brutaliseren: met grofheid of geweld bejegenen
Deel brutaliseren — standaardnederlands.nl