Naar de inhoud

bruineren

bruin maken

bruineren

werkwoord

Betekenis

  1. bruin maken
  2. metaalbehandeling die eruit bestaat door de werking van zuren dezen met een oxidelaag te bedekken om het natuurlijke roesten te voorkomen

Vervoeging van bruineren

bruinerenhele werkwoord — bruineerdeverleden tijd enkelvoud — bruineerdenverleden tijd meervoud — gebruineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bruineer bruineerde
jij bruineert bruineerde
hij, zij, het bruineert bruineerde
wij bruineren bruineerden
jullie bruineren bruineerden
zij bruineren bruineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bruineer gebiedende wijs
bruineerde verleden tijd
bruinere aanvoegende wijs
bruinerend onvoltooid, deelwoord
er is gebruineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebruineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebruineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebruineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebruineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebruineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebruineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebruineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebruineerd verleden tijd, deelwoord
gebruineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebruineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebruineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebruineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebruineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebruineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebruineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebruineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebruineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebruineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebruineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebruineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebruineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebruineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebruineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bruineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebruineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bruineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebruineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebruineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebruineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebruineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebruineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebruineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebruineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bruineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebruineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebruineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bruineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bruineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebruineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebruineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebruineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse brunir (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van bruineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bruineer gebiedende wijs bruineren
bruineerde verleden tijd bruineren
bruineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bruineren
bruineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bruineren
bruinerend onvoltooid deelwoord bruineren
bruinerende woordvorm bruineren
gebruineerd voltooid deelwoord bruineren
gebruineerde woordvorm bruineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bruineren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bruineren

Wat betekent bruineren?
Bruineren is een werkwoord. Het woord betekent: bruin maken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bruineren?
Je vervoegt bruineren als volgt: de tegenwoordige tijd is bruineer, de verleden tijd is bruineerde en het voltooid deelwoord is gebruineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bruineren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. U 4
  4. I 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bruineren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. U 2
  4. I 2
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bruineren in het kort

bruineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bruineren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bruineren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bruineren: bruin maken
Deel bruineren — standaardnederlands.nl