Naar de inhoud

brouilleren

in ruzie zijn, elkaar niet meer willen zien

brouilleren

werkwoord

Betekenis

  1. in ruzie zijn, elkaar niet meer willen zien
  2. (van weer) nevelig zijn

werkwoord

  1. nevelig zijn

Vervoeging van brouilleren

brouillerenhele werkwoord — brouilleerdeverleden tijd enkelvoud — brouilleerdenverleden tijd meervoud — gebrouilleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brouilleer brouilleerde
jij brouilleert brouilleerde
hij, zij, het brouilleert brouilleerde
wij brouilleren brouilleerden
jullie brouilleren brouilleerden
zij brouilleren brouilleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
brouilleer gebiedende wijs
brouilleerde verleden tijd
brouillere aanvoegende wijs
brouillerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebrouilleerd verleden tijd, deelwoord
gebrouilleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrouilleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrouilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrouilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrouilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brouilleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrouilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brouilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrouilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brouilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brouilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrouilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onenig maken’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Woordfamilie van brouilleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brouilleer gebiedende wijs brouilleren
brouilleerde verleden tijd brouilleren
brouilleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brouilleren
brouilleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brouilleren
brouillere aanvoegende wijs brouilleren
brouillerend onvoltooid deelwoord brouilleren
brouillerende woordvorm brouilleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brouilleren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over brouilleren

Wat betekent brouilleren?
Brouilleren is een werkwoord. Het woord betekent: in ruzie zijn, elkaar niet meer willen zien. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je brouilleren?
Je vervoegt brouilleren als volgt: de tegenwoordige tijd is brouilleer, de verleden tijd is brouilleerde en het voltooid deelwoord is gebrouilleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brouilleren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. U 4
  5. I 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brouilleren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. U 2
  5. I 2
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

brouilleren in het kort

brouilleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van brouilleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort brouilleren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

brouilleren: in ruzie zijn, elkaar niet meer willen zien
Deel brouilleren — standaardnederlands.nl