broeien
werkwoordBetekenis
- heet worden door gisting
- in het geheim gaande zijn
- in een broeikas vroeger doen bloeien of rijpen
- in de broeikuip doen gisten
Vervoeging van broeien
broeienhele werkwoord — broeideverleden tijd enkelvoud — broeidenverleden tijd meervoud — gebroeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | broei | broeide |
| jij | broeit | broeide |
| hij, zij, het | broeit | broeide |
| wij | broeien | broeiden |
| jullie | broeien | broeiden |
| zij | broeien | broeiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| broei | gebiedende wijs |
| broeide | verleden tijd |
| broeie | aanvoegende wijs |
| broeiend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebroeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebroeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebroeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebroeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebroeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebroeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebroeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebroeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebroeid | verleden tijd, deelwoord |
| gebroeid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebroeid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gebroeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebroeid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebroeid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebroeid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebroeid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebroeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebroeid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gebroeid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebroeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebroeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebroeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebroeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebroeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te broeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebroeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen broeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebroeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gebroeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gebroeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gebroeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gebroeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gebroeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gebroeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt broeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebroeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gebroeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen broeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult broeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebroeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebroeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gebroeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘heet worden’ voor het eerst aangetroffen in 1080
Woordfamilie van broeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| broeide | verleden tijd | broeien |
| broeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | broeien |
| broeie | aanvoegende wijs | broeien |
| broeiend | onvoltooid deelwoord | broeien |
| broeiende | woordvorm | broeien |
| broeit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | broeien |
| gebroeid | voltooid deelwoord | broeien |
| gebroeide | woordvorm | broeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broeien zijn vastgelegd.