Naar de inhoud

brocheren

het innaaien van een boek

brocheren

werkwoord

Betekenis

  1. het innaaien van een boek

Vervoeging van brocheren

brocherenhele werkwoord — brocheerdeverleden tijd enkelvoud — brocheerdenverleden tijd meervoud — gebrocheerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik brocheer brocheerde
jij brocheert brocheerde
hij, zij, het brocheert brocheerde
wij brocheren brocheerden
jullie brocheren brocheerden
zij brocheren brocheerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
brocheer gebiedende wijs
brocheerde verleden tijd
brochere aanvoegende wijs
brocherend onvoltooid, deelwoord
er is gebrocheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebrocheerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebrocheerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebrocheerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebrocheerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebrocheerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebrocheerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebrocheerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebrocheerd verleden tijd, deelwoord
gebrocheerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrocheerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebrocheerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrocheerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrocheerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebrocheerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrocheerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebrocheerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrocheerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebrocheerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebrocheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebrocheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebrocheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebrocheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrocheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te brocheren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebrocheerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen brocheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrocheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebrocheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebrocheerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebrocheerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebrocheerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebrocheerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebrocheerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt brocheren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebrocheerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebrocheerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen brocheren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult brocheren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebrocheerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrocheerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebrocheerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Van het Franse brocher met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van brocheren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
brocheer gebiedende wijs brocheren
brocheerde verleden tijd brocheren
brocheerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon brocheren
brocheert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon brocheren
brochere aanvoegende wijs brocheren
brocherend onvoltooid deelwoord brocheren
brocherende woordvorm brocheren
gebrocheerd voltooid deelwoord brocheren
gebrocheerde woordvorm brocheren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brocheren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over brocheren

Wat betekent brocheren?
Brocheren is een werkwoord. Het woord betekent: het innaaien van een boek.
Hoe vervoeg je brocheren?
Je vervoegt brocheren als volgt: de tegenwoordige tijd is brocheer, de verleden tijd is brocheerde en het voltooid deelwoord is gebrocheerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord brocheren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

brocheren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. O 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

brocheren in het kort

brocheren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van brocheren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort brocheren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

brocheren: het innaaien van een boek
Deel brocheren — standaardnederlands.nl