Naar de inhoud

breidelen

een paard een breidel aandoen

breidelen

werkwoord

Betekenis

  1. een paard een breidel aandoen
  2. dienstbaar of onderhorig maken
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van breidelen

breidelenhele werkwoord — breideldeverleden tijd enkelvoud — breideldenverleden tijd meervoud — gebreideldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breidel breidelde
jij breidelt breidelde
hij, zij, het breidelt breidelde
wij breidelen breidelden
jullie breidelen breidelden
zij breidelen breidelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
breidel gebiedende wijs
breidelde verleden tijd
breidele aanvoegende wijs
breidelend onvoltooid, deelwoord
er is gebreideld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebreideld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebreideld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebreideld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebreideld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebreideld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebreideld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebreideld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebreideld verleden tijd, deelwoord
gebreideld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebreideld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebreideld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebreideld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebreideld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebreideld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebreideld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebreideld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebreideld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebreideld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebreideld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebreideld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebreideld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebreideld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebreideld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te breidelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebreideld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen breidelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebreideld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebreideld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebreideld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebreideld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebreideld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebreideld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebreideld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebreideld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt breidelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebreideld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebreideld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen breidelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult breidelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebreideld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebreideld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebreideld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van breidel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van breidelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
breidelde verleden tijd breidelen
breidelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon breidelen
breidele aanvoegende wijs breidelen
breidelend onvoltooid deelwoord breidelen
breidelende woordvorm breidelen
breidelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon breidelen
gebreideld voltooid deelwoord breidelen
gebreidelde woordvorm breidelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van breidelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over breidelen

Wat betekent breidelen?
Breidelen is een werkwoord. Het woord betekent: een paard een breidel aandoen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je breidelen?
Je vervoegt breidelen als volgt: de tegenwoordige tijd is breidel, de verleden tijd is breidelde en het voltooid deelwoord is gebreideld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord breidelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. I 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

breidelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. E 1
  4. I 2
  5. D 2
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

breidelen in het kort

breidelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van breidelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort breidelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

breidelen: een paard een breidel aandoen
Deel breidelen — standaardnederlands.nl