brandstofpomp
zelfstandig naamwoord 'brɑntstɔfpɔmpBetekenis
- apparaat dat wordt gebruikt om brandstof te verkopen
Hoe spreek je brandstofpomp uit?
/ˈbrɑntstɔfpɔmp/
Brandstofpomp bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| p | pak |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- pomp die bij verbrandingsmotoren de brandstof uit de brandstoftank pompt en in geval van dieselmotoren onder hoge druk in de cilinders pompt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandstofpompen | meervoud |
| brandstofpompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandstofpompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van brandstof en pomp
Woordfamilie van brandstofpomp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandstofpompen | meervoud | brandstofpomp |
| brandstofpompje | verkleinwoord | brandstofpomp |
| brandstofpompjes | verkleinwoord meervoud | brandstofpomp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandstofpomp zijn vastgelegd.