brandstofprijs
zelfstandig naamwoord 'brɑntstɔfprɛɪsBetekenis
- de hoeveelheid geld die men voor brandstof (voor verwarming of voor het laten werken van verbrandingsmotoren) betaalt
Hoe spreek je brandstofprijs uit?
/ˈbrɑntstɔfprɛis/
Brandstofprijs bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandstofprijzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van brandstof zn en prijs zn
Woordfamilie van brandstofprijs
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandstofprijzen | meervoud | brandstofprijs |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandstofprijs zijn vastgelegd.