brandstofcel
zelfstandig naamwoord 'brɑntstɔfsɛlBetekenis
- een elektrochemisch toestel dat chemische energie van een doorgaande reactie direct omzet in elektrische energie, waarbij anders dan bij een batterij of accu voortdurend nieuwe reagentia van buiten kunnen worden aangevoerd
Hoe spreek je brandstofcel uit?
/ˈbrɑntstɔfsɛl/
Brandstofcel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandstofcellen | meervoud |
| brandstofcelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandstofcelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van brandstof en cel
Woordfamilie van brandstofcel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandstofcellen | meervoud | brandstofcel |
| brandstofcelletje | verkleinwoord | brandstofcel |
| brandstofcelletjes | verkleinwoord meervoud | brandstofcel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandstofcel zijn vastgelegd.