brandslang
zelfstandig naamwoord 'brɑntslɑŋBetekenis
- een speciale, sterke waterslang voor bluswerken (sterk omdat water in grote hoeveelheden en onder hoge druk door deze slang moet kunnen gaan zonder dat de slang knapt)
Hoe spreek je brandslang uit?
/ˈbrɑntslɑŋ/
Brandslang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| l | land |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandslangen | meervoud |
| brandslangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandslangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van brand en slang
Woordfamilie van brandslang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandslangen | meervoud | brandslang |
| brandslangetje | verkleinwoord | brandslang |
| brandslangetjes | verkleinwoord meervoud | brandslang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandslang zijn vastgelegd.