brainstormen
werkwoord ˈbrenstɔrmə(n)Betekenis
- zich goed op een onderwerp concentreren en de gedachten de vrije loop laten, zoveel mogelijk ideëen opperen om pas later de ideëen op hun waarde te schatten
Hoe spreek je brainstormen uit?
/ˈbrenstɔrmən/
Brainstormen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| e | veel |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van brainstormen
brainstormenhele werkwoord — brainstormdeverleden tijd enkelvoud — brainstormdenverleden tijd meervoud — gebrainstormdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | brainstorm | brainstormde |
| jij | brainstormt | brainstormde |
| hij, zij, het | brainstormt | brainstormde |
| wij | brainstormen | brainstormden |
| jullie | brainstormen | brainstormden |
| zij | brainstormen | brainstormden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brainstorm | gebiedende wijs |
| brainstormde | verleden tijd |
| brainstorme | aanvoegende wijs |
| brainstormend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebrainstormd | verleden tijd, deelwoord |
| gebrainstormd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebrainstormd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebrainstormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebrainstormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebrainstormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te brainstormen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebrainstormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen brainstormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebrainstormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen brainstormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult brainstormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebrainstormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van brainstormen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brainstormde | verleden tijd | brainstormen |
| brainstormden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | brainstormen |
| brainstorme | aanvoegende wijs | brainstormen |
| brainstormend | onvoltooid deelwoord | brainstormen |
| brainstormende | woordvorm | brainstormen |
| brainstormt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | brainstormen |
| gebrainstormd | voltooid deelwoord | brainstormen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brainstormen zijn vastgelegd.