bovenliggen
werkwoordBetekenis
- boven op iets of iemand liggen
- iemand de baas zijn
Vervoeging van bovenliggen
bovenliggenhele werkwoord — lag bovenverleden tijd enkelvoud — lagen bovenverleden tijd meervoud — bovengelegenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lig boven | lag boven |
| jij | ligt boven | laagt boven |
| hij, zij, het | ligt boven | lag boven |
| wij | liggen boven | lagen boven |
| jullie | liggen boven | lagen boven |
| zij | liggen boven | lagen boven |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boven te liggen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| boven te zullen liggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| boven zal liggen | bijzin, toekomende tijd |
| boven zou liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zouden liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zoudt liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zullen liggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| boven zullen liggen | bijzin, toekomende tijd |
| boven zult liggen | bijzin, toekomende tijd |
| bovengelegen | verleden tijd, deelwoord |
| bovengelegen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bovengelegen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bovenlaagt | bijzin, verleden tijd |
| bovenlag | bijzin, verleden tijd |
| bovenlagen | bijzin, verleden tijd |
| bovenlig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bovenliggend | onvoltooid, deelwoord |
| bovenligt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bovengelegen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bovengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bovengelegen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bovengelegen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bovengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bovengelegen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bovengelegen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bovengelegen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bovengelegen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lag boven | verleden tijd |
| lig boven | gebiedende wijs |
| te hebben bovengelegen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bovenliggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bovenliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zou bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bovenliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bovenliggen boven zou(dt) liggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bovenliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bovengelegen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bovenliggen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bovenliggen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bovenliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bovengelegen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bovenliggen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bovenliggen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal bovenliggen boven zult/zal liggen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van boven en liggen
Woordfamilie van bovenliggen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bovengelegen | voltooid deelwoord | bovenliggen |
| bovenlag | subordinate-clause, verleden tijd | bovenliggen |
| bovenlig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenliggen |
| bovenligge | with-subordinate-clause | bovenliggen |
| bovenliggend | onvoltooid deelwoord | bovenliggen |
| bovenliggende | woordvorm | bovenliggen |
| bovenligt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenliggen |
| lag boven | verleden tijd | bovenliggen |
| lagen boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bovenliggen |
| lig boven | gebiedende wijs | bovenliggen |
| ligge boven | woordvorm | bovenliggen |
| liggen boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bovenliggen |
| ligt boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bovenliggen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenliggen zijn vastgelegd.