Naar de inhoud

bovenkomen

uit onderdompeling tevoorschijn komen

bovenkomen

werkwoord

Betekenis

  1. uit onderdompeling tevoorschijn komen
  2. overdrachtelijk tevoorschijn komen
  3. tweede betekenisomschrijving.
  4. enz.

Vervoeging van bovenkomen

bovenkomenhele werkwoord — kwam bovenverleden tijd enkelvoud — kwamen bovenverleden tijd meervoud — bovengekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom boven kwam boven
jij komt boven kwaamt boven
hij, zij, het komt boven kwam boven
wij komen boven kwamen boven
jullie komen boven kwamen boven
zij komen boven kwamen boven
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boven te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
boven te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
boven zal komen bijzin, toekomende tijd
boven zou komen bijzin, voorwaardelijk
boven zouden komen bijzin, voorwaardelijk
boven zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
boven zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
boven zullen komen bijzin, toekomende tijd
boven zult komen bijzin, toekomende tijd
bovengekomen verleden tijd, deelwoord
bovengekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bovengekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bovenkom bijzin, tegenwoordige tijd
bovenkomend onvoltooid, deelwoord
bovenkomt bijzin, tegenwoordige tijd
bovenkwaamt bijzin, verleden tijd
bovenkwam bijzin, verleden tijd
bovenkwamen bijzin, verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom boven gebiedende wijs
kwam boven verleden tijd
te zijn bovengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bovenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bovengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bovengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bovengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bovengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bovengekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bovengekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bovengekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bovenkomen bijzin, toekomende tijd
zijn bovengekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bovengekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bovenkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bovenkomen boven zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bovenkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bovengekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bovenkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bovenkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bovenkomen bijzin, toekomende tijd
zult bovengekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bovenkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bovenkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal bovenkomen boven zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van boven en komen

Woordfamilie van bovenkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bovengekomen voltooid deelwoord bovenkomen
bovenkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenkomen
bovenkome with-subordinate-clause bovenkomen
bovenkomend onvoltooid deelwoord bovenkomen
bovenkomende woordvorm bovenkomen
bovenkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenkomen
bovenkwam subordinate-clause, verleden tijd bovenkomen
bovenkwamen subordinate-clause, verleden tijd bovenkomen
kom boven gebiedende wijs bovenkomen
kome boven woordvorm bovenkomen
komen boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bovenkomen
komt boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bovenkomen
kwam boven verleden tijd bovenkomen
kwamen boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bovenkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bovenkomen

Wat betekent bovenkomen?
Bovenkomen is een werkwoord. Het woord betekent: uit onderdompeling tevoorschijn komen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bovenkomen?
Je vervoegt bovenkomen als volgt: het voltooid deelwoord is bovengekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bovenkomen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bovenkomen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bovenkomen in het kort

bovenkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bovenkomen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bovenkomen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bovenkomen: uit onderdompeling tevoorschijn komen
Deel bovenkomen — standaardnederlands.nl