bovenkomen
werkwoordBetekenis
- uit onderdompeling tevoorschijn komen
- overdrachtelijk tevoorschijn komen
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van bovenkomen
bovenkomenhele werkwoord — kwam bovenverleden tijd enkelvoud — kwamen bovenverleden tijd meervoud — bovengekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom boven | kwam boven |
| jij | komt boven | kwaamt boven |
| hij, zij, het | komt boven | kwam boven |
| wij | komen boven | kwamen boven |
| jullie | komen boven | kwamen boven |
| zij | komen boven | kwamen boven |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| boven te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| boven te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| boven zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| boven zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| boven zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| boven zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| bovengekomen | verleden tijd, deelwoord |
| bovengekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bovengekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bovenkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bovenkomend | onvoltooid, deelwoord |
| bovenkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bovenkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| bovenkwam | bijzin, verleden tijd |
| bovenkwamen | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom boven | gebiedende wijs |
| kwam boven | verleden tijd |
| te zijn bovengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bovenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bovengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bovengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bovengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bovengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bovengekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bovengekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bovengekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bovenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bovengekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bovengekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bovenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bovenkomen boven zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bovenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bovengekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bovenkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bovenkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bovenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bovengekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bovenkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bovenkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal bovenkomen boven zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van boven en komen
Woordfamilie van bovenkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bovengekomen | voltooid deelwoord | bovenkomen |
| bovenkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenkomen |
| bovenkome | with-subordinate-clause | bovenkomen |
| bovenkomend | onvoltooid deelwoord | bovenkomen |
| bovenkomende | woordvorm | bovenkomen |
| bovenkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenkomen |
| bovenkwam | subordinate-clause, verleden tijd | bovenkomen |
| bovenkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | bovenkomen |
| kom boven | gebiedende wijs | bovenkomen |
| kome boven | woordvorm | bovenkomen |
| komen boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bovenkomen |
| komt boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bovenkomen |
| kwam boven | verleden tijd | bovenkomen |
| kwamen boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bovenkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenkomen zijn vastgelegd.