Naar de inhoud

bovenhouden

niet onder water gaan

bovenhouden

werkwoord

Betekenis

  1. niet onder water gaan

Vervoeging van bovenhouden

bovenhoudenhele werkwoord — hield bovenverleden tijd enkelvoud — hielden bovenverleden tijd meervoud — bovengehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou boven hield boven
jij houdt boven hield boven
hij, zij, het houdt boven hield boven
wij houden boven hielden boven
jullie houden boven hielden boven
zij houden boven hielden boven
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
boven te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
boven te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
boven zal houden bijzin, toekomende tijd
boven zou houden bijzin, voorwaardelijk
boven zouden houden bijzin, voorwaardelijk
boven zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
boven zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
boven zullen houden bijzin, toekomende tijd
boven zult houden bijzin, toekomende tijd
bovengehouden verleden tijd, deelwoord
bovengehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bovengehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bovenhield bijzin, verleden tijd
bovenhielden bijzin, verleden tijd
bovenhou bijzin, tegenwoordige tijd
bovenhoud bijzin, tegenwoordige tijd
bovenhoudend onvoltooid, deelwoord
bovenhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. hou boven/ houd boven gebiedende wijs
had bovengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bovengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bovengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bovengehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bovengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bovengehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bovengehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bovengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bovengehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield boven verleden tijd
te hebben bovengehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bovenhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bovenhouden bijzin, toekomende tijd
zou bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bovenhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bovenhouden boven zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bovenhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt bovengehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bovenhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bovenhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bovenhouden bijzin, toekomende tijd
zult bovengehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bovenhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bovenhouden bijzin, toekomende tijd
zult/zal bovenhouden boven zult/zal houden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van boven en houden

Woordfamilie van bovenhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bovengehouden voltooid deelwoord bovenhouden
bovenhield subordinate-clause, verleden tijd bovenhouden
bovenhielden subordinate-clause, verleden tijd bovenhouden
bovenhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenhouden
bovenhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenhouden
bovenhoude with-subordinate-clause bovenhouden
bovenhoudend onvoltooid deelwoord bovenhouden
bovenhoudende woordvorm bovenhouden
bovenhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenhouden
hield boven verleden tijd bovenhouden
hielden boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bovenhouden
hou boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon bovenhouden
houd boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon bovenhouden
houde boven woordvorm bovenhouden
houden boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bovenhouden
houdt boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bovenhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bovenhouden

Wat betekent bovenhouden?
Bovenhouden is een werkwoord. Het woord betekent: niet onder water gaan.
Hoe vervoeg je bovenhouden?
Je vervoegt bovenhouden als volgt: het voltooid deelwoord is bovengehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bovenhouden is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bovenhouden levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. H 4
  7. O 1
  8. U 2
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bovenhouden in het kort

bovenhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bovenhouden zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bovenhouden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bovenhouden: niet onder water gaan
Deel bovenhouden — standaardnederlands.nl