bovenblijven
werkwoordBetekenis
- niet afdalen
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Vervoeging van bovenblijven
bovenblijvenhele werkwoord — bleef bovenverleden tijd enkelvoud — bleven bovenverleden tijd meervoud — bovengeblevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blijf boven | bleef boven |
| jij | blijft boven | bleef boven |
| hij, zij, het | blijft boven | bleef boven |
| wij | blijven boven | bleven boven |
| jullie | blijven boven | bleven boven |
| zij | blijven boven | bleven boven |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bleef boven | verleden tijd |
| blijf boven | gebiedende wijs |
| boven te blijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| boven te zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| boven zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
| boven zou blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zouden blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zoudt blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| boven zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| boven zullen blijven | bijzin, toekomende tijd |
| boven zult blijven | bijzin, toekomende tijd |
| bovenbleef | bijzin, verleden tijd |
| bovenbleven | bijzin, verleden tijd |
| bovenblijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bovenblijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bovenblijvend | onvoltooid, deelwoord |
| bovengebleven | verleden tijd, deelwoord |
| bovengebleven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bovengebleven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ev. | gebiedende wijs |
| is bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn bovengebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bovenblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bovengebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bovengebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bovengebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bovengebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bovengebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bovengebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bovengebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bovenblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bovengebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bovengebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bovenblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) bovenblijven boven zou(dt) blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bovenblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bovenblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bovengebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bovenblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bovenblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bovenblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bovenblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult bovengebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal bovenblijven boven zult/zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van boven en blijven
Woordfamilie van bovenblijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bleef boven | verleden tijd | bovenblijven |
| bleven boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bovenblijven |
| blijf boven | gebiedende wijs | bovenblijven |
| blijft boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bovenblijven |
| blijve boven | woordvorm | bovenblijven |
| blijven boven | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bovenblijven |
| bovenbleef | subordinate-clause, verleden tijd | bovenblijven |
| bovenbleven | subordinate-clause, verleden tijd | bovenblijven |
| bovenblijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenblijven |
| bovenblijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bovenblijven |
| bovenblijve | with-subordinate-clause | bovenblijven |
| bovenblijvend | onvoltooid deelwoord | bovenblijven |
| bovenblijvende | woordvorm | bovenblijven |
| bovengebleven | voltooid deelwoord | bovenblijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenblijven zijn vastgelegd.