Naar de inhoud

bovenblijven

niet afdalen

bovenblijven

werkwoord

Betekenis

  1. niet afdalen
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Vervoeging van bovenblijven

bovenblijvenhele werkwoord — bleef bovenverleden tijd enkelvoud — bleven bovenverleden tijd meervoud — bovengeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf boven bleef boven
jij blijft boven bleef boven
hij, zij, het blijft boven bleef boven
wij blijven boven bleven boven
jullie blijven boven bleven boven
zij blijven boven bleven boven
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleef boven verleden tijd
blijf boven gebiedende wijs
boven te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
boven te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
boven zal blijven bijzin, toekomende tijd
boven zou blijven bijzin, voorwaardelijk
boven zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
boven zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
boven zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
boven zullen blijven bijzin, toekomende tijd
boven zult blijven bijzin, toekomende tijd
bovenbleef bijzin, verleden tijd
bovenbleven bijzin, verleden tijd
bovenblijf bijzin, tegenwoordige tijd
bovenblijft bijzin, tegenwoordige tijd
bovenblijvend onvoltooid, deelwoord
bovengebleven verleden tijd, deelwoord
bovengebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bovengebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ev. gebiedende wijs
is bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn bovengebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bovenblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bovengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bovengebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bovengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bovengebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bovengebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bovengebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bovengebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bovenblijven bijzin, toekomende tijd
zal bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bovengebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bovengebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bovenblijven bijzin, voorwaardelijk
zou bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) bovenblijven boven zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bovenblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bovenblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt bovengebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bovenblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bovenblijven bijzin, toekomende tijd
zullen bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bovenblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bovenblijven bijzin, toekomende tijd
zult bovengebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal bovenblijven boven zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van boven en blijven

Woordfamilie van bovenblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bleef boven verleden tijd bovenblijven
bleven boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bovenblijven
blijf boven gebiedende wijs bovenblijven
blijft boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bovenblijven
blijve boven woordvorm bovenblijven
blijven boven aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bovenblijven
bovenbleef subordinate-clause, verleden tijd bovenblijven
bovenbleven subordinate-clause, verleden tijd bovenblijven
bovenblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenblijven
bovenblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd bovenblijven
bovenblijve with-subordinate-clause bovenblijven
bovenblijvend onvoltooid deelwoord bovenblijven
bovenblijvende woordvorm bovenblijven
bovengebleven voltooid deelwoord bovenblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bovenblijven

Wat is de betekenis van bovenblijven?
Bovenblijven is een werkwoord. De betekenis is: niet afdalen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bovenblijven?
Zo vervoeg je bovenblijven zo: het voltooid deelwoord is bovengebleven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bovenblijven is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. B 3
  7. L 3
  8. I 1
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bovenblijven levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. B 4
  7. L 3
  8. I 2
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 30 zonder bonus
  14. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bovenblijven in het kort

bovenblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bovenblijven staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bovenblijven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bovenblijven: niet afdalen
Deel bovenblijven — standaardnederlands.nl