bouwstaking
zelfstandig naamwoord ˈbɑustakɪŋBetekenis
- vorm van protest om kracht bij te zetten aan de wensen van werknemers bij bedrijven die zorgen voor het maken of aanpassen van woningen, bedrijfspanden en andere bouwwerken, waarbij deze werknemers ophouden met werken omdat zij het ergens niet mee eens zijn
- onwil van investeerders om bouwopdrachten te geven als protest tegen overheidsbeleid
Hoe spreek je bouwstaking uit?
/ˈbɑustakɪŋ/
Bouwstaking bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑu | koud |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| k | kat |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwstakingen | meervoud |
| bouwstakinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouwstakinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[1]: samenstelling van bouw zn en staking zn , een staking in de bouwsector
Woordfamilie van bouwstaking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwstakingen | meervoud | bouwstaking |
| bouwstakinkje | verkleinwoord | bouwstaking |
| bouwstakinkjes | verkleinwoord meervoud | bouwstaking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwstaking zijn vastgelegd.