bouwsom
zelfstandig naamwoord 'bɔusɔmBetekenis
- de kosten die men maakt om iets te bouwen
Hoe spreek je bouwsom uit?
/ˈbɔusɔm/
Bouwsom bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| s | sok |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwsommen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw zn en som zn
Woordfamilie van bouwsom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwsommen | meervoud | bouwsom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwsom zijn vastgelegd.