Naar de inhoud

botsen

met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen

botsen is meer dan één woord

botsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈbɔtsə(n)

Betekenis

  1. met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen
  2. in een conflict of ruzie geraken

Hoe spreek je botsen uit?

/ˈbɔtsən/

Botsen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɔtsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɔ bot
t tak
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van botsen

botsenhele werkwoord — botsteverleden tijd enkelvoud — botstenverleden tijd meervoud — gebotstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bots botste
jij botst botste
hij, zij, het botst botste
wij botsen botsten
jullie botsen botsten
zij botsen botsten
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bots gebiedende wijs
botse aanvoegende wijs
botsend onvoltooid, deelwoord
botste verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gebotst verleden tijd, deelwoord
gebotst te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebotst zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebotst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebotst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebotst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebotst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebotst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebotst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebotst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebotst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te botsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn gebotst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen botsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebotst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebotst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt botsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebotst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen botsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult botsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebotst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bots

Herkomst

In de betekenis van ‘met een schok tegen iets aankomen’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Woordfamilie van botsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
botse aanvoegende wijs botsen
botsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon botsen
gebotst voltooid deelwoord botsen
gebotste woordvorm botsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botsen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over botsen

Hoe spreek je botsen uit?
De uitspraak van botsen is: /ˈbɔtsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent botsen?
Botsen is een werkwoord. Het woord betekent: met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je botsen?
Je vervoegt botsen als volgt: de tegenwoordige tijd is bots, de verleden tijd is botste en het voltooid deelwoord is gebotst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord botsen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

botsen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

botsen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

botsen in het kort

botsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van botsen zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort botsen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

botsen: met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen
Deel botsen — standaardnederlands.nl