botsauto
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een driewielig voertuig voor (meestal) twee personen met een dusdanige constructie dat er geen schade aan de auto ontstaat als tegen andere botsauto's aangereden (gebotst) wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- autoscooter, een driewielig voertuig voor (meestal) twee personen met een dusdanige constructie dat er geen schade aan de auto ontstaat als tegen andere botsauto's aangereden (gebotst) wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| botsauto's | meervoud |
| botsautootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| botsautootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bots ww en auto
Woordfamilie van botsauto
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| botsauto's | meervoud | botsauto |
| botsautootje | verkleinwoord | botsauto |
| botsautootjes | verkleinwoord meervoud | botsauto |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botsauto zijn vastgelegd.