Naar de inhoud

borduren

met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel

borduren is meer dan één woord

borduren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel

Vervoeging van borduren

bordurenhele werkwoord — borduurdeverleden tijd enkelvoud — borduurdenverleden tijd meervoud — geborduurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik borduur borduurde
jij borduurt borduurde
hij, zij, het borduurt borduurde
wij borduren borduurden
jullie borduren borduurden
zij borduren borduurden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bordure aanvoegende wijs
bordurend onvoltooid, deelwoord
borduur gebiedende wijs
borduurde verleden tijd
er is geborduurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geborduurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geborduurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geborduurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geborduurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geborduurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geborduurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geborduurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geborduurd verleden tijd, deelwoord
geborduurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geborduurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geborduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geborduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geborduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geborduurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geborduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geborduurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geborduurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborduurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geborduurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te borduren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geborduurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen borduren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt borduren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geborduurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen borduren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult borduren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geborduurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord borduur

Herkomst

In de betekenis van ‘figuren naaien’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Woordfamilie van borduren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bordure aanvoegende wijs borduren
bordurend onvoltooid deelwoord borduren
bordurende woordvorm borduren
borduurde verleden tijd borduren
borduurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon borduren
borduurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon borduren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van borduren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over borduren

Wat is de betekenis van borduren?
Borduren is een werkwoord. De betekenis is: met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel.
Hoe vervoeg ik borduren?
Zo vervoeg je borduren zo: de tegenwoordige tijd is borduur, de verleden tijd is borduurde en het voltooid deelwoord is geborduurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord borduren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

borduren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. O 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

borduren in het kort

borduren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van borduren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort borduren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

borduren: met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel
Deel borduren — standaardnederlands.nl