bolk
zelfstandig naamwoord ˈbɔlᵊkBetekenis
- geslacht van zeevissen, uit de orde der kabeljauwachtigen
Hoe spreek je bolk uit?
/ˈbɔlək/
Bolk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor vissen uit het geslacht Trisopterus in de orde der kabeljauwachtigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bolken | meervoud |
Herkomst
[1] erfwoord via Middelnederlands bolloc van Oudnederlands bullok
Woordfamilie van bolk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bolken | meervoud | bolk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bolk zijn vastgelegd.