Naar de inhoud

bloezen

bollend overhangen (van kledingstukken)

bloezen is meer dan één woord

bloezen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. bollend overhangen (van kledingstukken)
  2. bollend over doen hangen

Vervoeging van bloezen

bloezenhele werkwoord — bloesdeverleden tijd enkelvoud — bloesdenverleden tijd meervoud — gebloesdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bloes bloesde
jij bloest bloesde
hij, zij, het bloest bloesde
wij bloezen bloesden
jullie bloezen bloesden
zij bloezen bloesden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bloes gebiedende wijs
bloesde verleden tijd
bloeze aanvoegende wijs
bloezend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebloesd verleden tijd, deelwoord
gebloesd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebloesd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebloesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebloesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebloesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebloesd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebloesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebloesd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebloesd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebloesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebloesd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bloezen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebloesd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bloezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bloezen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebloesd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bloezen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bloezen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebloesd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord bloes

Woordfamilie van bloezen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bloesde verleden tijd bloezen
bloesden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bloezen
bloest aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bloezen
bloeze aanvoegende wijs bloezen
gebloesd voltooid deelwoord bloezen
gebloesde woordvorm bloezen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloezen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bloezen

Wat betekent bloezen?
Bloezen is een werkwoord. Het woord betekent: bollend overhangen (van kledingstukken). Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bloezen?
Je vervoegt bloezen als volgt: de tegenwoordige tijd is bloes, de verleden tijd is bloesde en het voltooid deelwoord is gebloesd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bloezen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. Z 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bloezen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. Z 5
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bloezen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bloezen in het kort

bloezen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bloezen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bloezen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bloezen: bollend overhangen (van kledingstukken)
Deel bloezen — standaardnederlands.nl