bloemlezen
werkwoordBetekenis
- een bloemlezing houden
Vervoeging van bloemlezen
bloemlezenhele werkwoord — bloemleesdeverleden tijd enkelvoud — bloemleesdenverleden tijd meervoud — gebloemleesdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bloemlees | bloemleesde |
| jij | bloemleest | bloemleesde |
| hij, zij, het | bloemleest | bloemleesde |
| wij | bloemlezen | bloemleesden |
| jullie | bloemlezen | bloemleesden |
| zij | bloemlezen | bloemleesden |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bloemlees | gebiedende wijs |
| bloemleesde | verleden tijd |
| bloemleze | aanvoegende wijs |
| bloemlezend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebloemleesd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gebloemleesd | verleden tijd, deelwoord |
| gebloemleesd te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebloemleesd zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te bloemlezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te gebloemleesd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bloemlezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bloemlezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bloemlezen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bloem en lezen
Woordfamilie van bloemlezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloemlees | gebiedende wijs | bloemlezen |
| bloemleesde | verleden tijd | bloemlezen |
| bloemleesden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bloemlezen |
| bloemleest | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bloemlezen |
| bloemleze | aanvoegende wijs | bloemlezen |
| bloemlezend | onvoltooid deelwoord | bloemlezen |
| bloemlezende | woordvorm | bloemlezen |
| gebloemleesd | voltooid deelwoord | bloemlezen |
| gebloemleesde | woordvorm | bloemlezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bloemlezen zijn vastgelegd.