Naar de inhoud

blikkeren

flikkeren, licht van snel afwisselende sterkte afgeven

blikkeren

werkwoord

Betekenis

  1. flikkeren, licht van snel afwisselende sterkte afgeven

Vervoeging van blikkeren

blikkerenhele werkwoord — blikkerdeverleden tijd enkelvoud — blikkerdenverleden tijd meervoud — geblikkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blikker blikkerde
jij blikkert blikkerde
hij, zij, het blikkert blikkerde
wij blikkeren blikkerden
jullie blikkeren blikkerden
zij blikkeren blikkerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
blikker gebiedende wijs
blikkerde verleden tijd
blikkere aanvoegende wijs
blikkerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geblikkerd verleden tijd, deelwoord
geblikkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblikkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblikkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblikkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblikkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblikkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblikkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblikkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblikkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blikkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblikkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blikkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblikkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blikkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blikkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblikkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘flikkeren’ voor het eerst aangetroffen in 1605

Woordfamilie van blikkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blikker gebiedende wijs blikkeren
blikkerde verleden tijd blikkeren
blikkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blikkeren
blikkere aanvoegende wijs blikkeren
blikkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blikkeren
geblikkerd voltooid deelwoord blikkeren
geblikkerde woordvorm blikkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blikkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over blikkeren

Wat betekent blikkeren?
Blikkeren is een werkwoord. Het woord betekent: flikkeren, licht van snel afwisselende sterkte afgeven.
Hoe vervoeg je blikkeren?
Je vervoegt blikkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is blikker, de verleden tijd is blikkerde en het voltooid deelwoord is geblikkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blikkeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blikkeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. I 2
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

blikkeren in het kort

blikkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van blikkeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort blikkeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

blikkeren: flikkeren, licht van snel afwisselende sterkte afgeven
Deel blikkeren — standaardnederlands.nl