blauwzuur
zelfstandig naamwoord 'blɔuzyrBetekenis
- een anorganische verbinding van waterstof, koolstof en stikstof, met als brutoformule HCN. Het is een buitengewoon giftige kleurloze tot zeer lichtblauwe vloeistof met een karakteristieke geur van amandelen
Hoe spreek je blauwzuur uit?
/ˈblɔuzyr/
Blauwzuur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| z | zon |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauwzuren | meervoud |
| blauwzuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blauwzuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van blauw en zuur
Woordfamilie van blauwzuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blauwzuren | meervoud | blauwzuur |
| blauwzuurtje | verkleinwoord | blauwzuur |
| blauwzuurtjes | verkleinwoord meervoud | blauwzuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blauwzuur zijn vastgelegd.