Naar de inhoud

blasfemeren

godslasteringen uiten

blasfemeren

werkwoord

Betekenis

  1. godslasteringen uiten

Vervoeging van blasfemeren

blasfemerenhele werkwoord — blasfemeerdeverleden tijd enkelvoud — blasfemeerdenverleden tijd meervoud — geblasfemeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blasfemeer blasfemeerde
jij blasfemeert blasfemeerde
hij, zij, het blasfemeert blasfemeerde
wij blasfemeren blasfemeerden
jullie blasfemeren blasfemeerden
zij blasfemeren blasfemeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
blasfemeer gebiedende wijs
blasfemeerde verleden tijd
blasfemere aanvoegende wijs
blasfemerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geblasfemeerd verleden tijd, deelwoord
geblasfemeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geblasfemeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geblasfemeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblasfemeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geblasfemeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te blasfemeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geblasfemeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen blasfemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geblasfemeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen blasfemeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult blasfemeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geblasfemeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘godslasteren’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Woordfamilie van blasfemeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blasfemeer gebiedende wijs blasfemeren
blasfemeerde verleden tijd blasfemeren
blasfemeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon blasfemeren
blasfemeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon blasfemeren
blasfemere aanvoegende wijs blasfemeren
blasfemerend onvoltooid deelwoord blasfemeren
blasfemerende woordvorm blasfemeren
geblasfemeerd voltooid deelwoord blasfemeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blasfemeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over blasfemeren

Wat is de betekenis van blasfemeren?
Blasfemeren is een werkwoord. De betekenis is: godslasteringen uiten.
Hoe vervoeg ik blasfemeren?
Zo vervoeg je blasfemeren zo: de tegenwoordige tijd is blasfemeer, de verleden tijd is blasfemeerde en het voltooid deelwoord is geblasfemeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord blasfemeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. S 2
  5. F 4
  6. E 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

blasfemeren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. S 2
  5. F 4
  6. E 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

blasfemeren in het kort

blasfemeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van blasfemeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort blasfemeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

blasfemeren: godslasteringen uiten
Deel blasfemeren — standaardnederlands.nl