blaf
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- het geluid van een hond
- (17e eeuw) vlak, plat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| blafjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- vlak, plat obsolete
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaffen
- gebiedende wijs van blaffen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blaffen
Vervoeging van blaf
blafhele werkwoord
Woordfamilie van blaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blafje | verkleinwoord | blaf |
| blafjes | verkleinwoord meervoud | blaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blaf zijn vastgelegd.