Naar de inhoud

bitteren

een bittertje nuttigen

bitteren

werkwoord

Betekenis

  1. een bittertje nuttigen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van bitteren

bitterenhele werkwoord — bitterdeverleden tijd enkelvoud — bitterdenverleden tijd meervoud — gebitterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bitter bitterde
jij bittert bitterde
hij, zij, het bittert bitterde
wij bitteren bitterden
jullie bitteren bitterden
zij bitteren bitterden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bitter gebiedende wijs
bitterde verleden tijd
bittere aanvoegende wijs
bitterend onvoltooid, deelwoord
er is gebitterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebitterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebitterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebitterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebitterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebitterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebitterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebitterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebitterd verleden tijd, deelwoord
gebitterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebitterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebitterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebitterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebitterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebitterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebitterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebitterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebitterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebitterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebitterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bitteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebitterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bitteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebitterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bitteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebitterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bitter met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bitteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bitterde verleden tijd bitteren
bitterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bitteren
bitterend onvoltooid deelwoord bitteren
bitterende woordvorm bitteren
bittert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bitteren
gebitterd voltooid deelwoord bitteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bitteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bitteren

Wat is de betekenis van bitteren?
Bitteren is een werkwoord. De betekenis is: een bittertje nuttigen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bitteren?
Zo vervoeg je bitteren zo: de tegenwoordige tijd is bitter, de verleden tijd is bitterde en het voltooid deelwoord is gebitterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bitteren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bitteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bitteren in het kort

bitteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bitteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bitteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bitteren: een bittertje nuttigen
Deel bitteren — standaardnederlands.nl