binnenvliegen
werkwoordBetekenis
- vliegend binnenkomen
Vervoeging van binnenvliegen
binnenvliegenhele werkwoord — vloog binnenverleden tijd enkelvoud — vlogen binnenverleden tijd meervoud — binnengevlogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlieg binnen | vloog binnen |
| jij | vliegt binnen | vloog binnen |
| hij, zij, het | vliegt binnen | vloog binnen |
| wij | vliegen binnen | vlogen binnen |
| jullie | vliegen binnen | vlogen binnen |
| zij | vliegen binnen | vlogen binnen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen vliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult vliegen | bijzin, toekomende tijd |
| binnengevlogen | verleden tijd, deelwoord |
| binnengevlogen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengevlogen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnenvlieg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenvliegend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenvliegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenvlogen | bijzin, verleden tijd |
| binnenvloog | bijzin, verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn binnengevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlieg binnen | gebiedende wijs |
| vloog binnen | verleden tijd |
| waart binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengevlogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengevlogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengevlogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnenvliegen binnen zou(dt) vliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengevlogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenvliegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnenvliegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengevlogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult binnenvliegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult binnenvliegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal binnenvliegen binnen zult/zal vliegen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van binnen en vliegen
Woordfamilie van binnenvliegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengevlogen | voltooid deelwoord | binnenvliegen |
| binnenvlieg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenvliegen |
| binnenvliege | with-subordinate-clause | binnenvliegen |
| binnenvliegend | onvoltooid deelwoord | binnenvliegen |
| binnenvliegende | woordvorm | binnenvliegen |
| binnenvliegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenvliegen |
| binnenvlogen | subordinate-clause, verleden tijd | binnenvliegen |
| binnenvloog | subordinate-clause, verleden tijd | binnenvliegen |
| vlieg binnen | gebiedende wijs | binnenvliegen |
| vliege binnen | woordvorm | binnenvliegen |
| vliegen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenvliegen |
| vliegt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenvliegen |
| vlogen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenvliegen |
| vloog binnen | verleden tijd | binnenvliegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenvliegen zijn vastgelegd.