Naar de inhoud

binnenstormen

Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.

binnenstormen

werkwoord

Betekenis

  1. Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.

Vervoeging van binnenstormen

binnenstormenhele werkwoord — stormde binnenverleden tijd enkelvoud — stormden binnenverleden tijd meervoud — binnengestormdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik storm binnen stormde binnen
jij stormt binnen stormde binnen
hij, zij, het stormt binnen stormde binnen
wij stormen binnen stormden binnen
jullie stormen binnen stormden binnen
zij stormen binnen stormden binnen
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
binnen te stormen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
binnen te zullen stormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnen zal stormen bijzin, toekomende tijd
binnen zou stormen bijzin, voorwaardelijk
binnen zouden stormen bijzin, voorwaardelijk
binnen zoudt stormen bijzin, voorwaardelijk
binnen zullen stormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnen zullen stormen bijzin, toekomende tijd
binnen zult stormen bijzin, toekomende tijd
binnengestormd verleden tijd, deelwoord
binnengestormd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
binnengestormd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
binnenstorm bijzin, tegenwoordige tijd
binnenstormde bijzin, verleden tijd
binnenstormden bijzin, verleden tijd
binnenstormend onvoltooid, deelwoord
binnenstormt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
is binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
storm binnen gebiedende wijs
stormde binnen verleden tijd
te zijn binnengestormd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen binnenstormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart binnengestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren binnengestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren binnengestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was binnengestormd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was binnengestormd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was binnengestormd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal binnenstormen bijzin, toekomende tijd
zijn binnengestormd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt binnengestormd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou binnenstormen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) binnenstormen binnen zou(dt) stormen bijzin, voorwaardelijk
zouden binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden binnenstormen bijzin, voorwaardelijk
zoudt binnengestormd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt binnenstormen bijzin, voorwaardelijk
zullen binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen binnenstormen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen binnenstormen bijzin, toekomende tijd
zult binnengestormd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult binnenstormen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult binnenstormen bijzin, toekomende tijd
zult/zal binnenstormen binnen zult/zal stormen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van binnen en stormen

Woordfamilie van binnenstormen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
binnengestormd voltooid deelwoord binnenstormen
binnengestormde woordvorm binnenstormen
binnenstorm subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnenstormen
binnenstormde subordinate-clause, verleden tijd binnenstormen
binnenstormden subordinate-clause, verleden tijd binnenstormen
binnenstorme with-subordinate-clause binnenstormen
binnenstormend onvoltooid deelwoord binnenstormen
binnenstormende woordvorm binnenstormen
binnenstormt subordinate-clause, tegenwoordige tijd binnenstormen
storm binnen gebiedende wijs binnenstormen
stormde binnen verleden tijd binnenstormen
stormden binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon binnenstormen
storme binnen woordvorm binnenstormen
stormen binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon binnenstormen
stormt binnen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon binnenstormen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenstormen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over binnenstormen

Wat betekent binnenstormen?
Binnenstormen is een werkwoord. Het woord betekent: Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.
Hoe vervoeg je binnenstormen?
Je vervoegt binnenstormen als volgt: het voltooid deelwoord is binnengestormd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord binnenstormen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. O 1
  10. R 2
  11. M 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

binnenstormen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. S 2
  8. T 2
  9. O 1
  10. R 2
  11. M 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 22 zonder bonus
  15. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

binnenstormen in het kort

binnenstormen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van binnenstormen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort binnenstormen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

binnenstormen: Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.
Deel binnenstormen — standaardnederlands.nl