binnensmokkelen
werkwoordBetekenis
- goederen een gebied in smokkelen
Vervoeging van binnensmokkelen
binnensmokkelenhele werkwoord — smokkelde binnenverleden tijd enkelvoud — smokkelden binnenverleden tijd meervoud — binnengesmokkeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smokkel binnen | smokkelde binnen |
| jij | smokkelt binnen | smokkelde binnen |
| hij, zij, het | smokkelt binnen | smokkelde binnen |
| wij | smokkelen binnen | smokkelden binnen |
| jullie | smokkelen binnen | smokkelden binnen |
| zij | smokkelen binnen | smokkelden binnen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te smokkelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen smokkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal smokkelen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou smokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden smokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt smokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen smokkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen smokkelen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult smokkelen | bijzin, toekomende tijd |
| binnengesmokkeld | verleden tijd, deelwoord |
| binnengesmokkeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengesmokkeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengesmokkeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengesmokkeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengesmokkeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengesmokkeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengesmokkeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengesmokkeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengesmokkeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengesmokkeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnensmokkel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnensmokkelde | bijzin, verleden tijd |
| binnensmokkelden | bijzin, verleden tijd |
| binnensmokkelend | onvoltooid, deelwoord |
| binnensmokkelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is binnengesmokkeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was binnengesmokkeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd binnengesmokkeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt binnengesmokkeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal binnengesmokkeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal binnengesmokkeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou binnengesmokkeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou binnengesmokkeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengesmokkeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smokkel binnen | gebiedende wijs |
| smokkelde binnen | verleden tijd |
| te hebben binnengesmokkeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnensmokkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengesmokkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt binnengesmokkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal binnengesmokkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengesmokkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnensmokkelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengesmokkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnensmokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnensmokkelen binnen zou(dt) smokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnensmokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengesmokkeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengesmokkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnensmokkelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnengesmokkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengesmokkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengesmokkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengesmokkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnensmokkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnensmokkelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnensmokkelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengesmokkeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van binnen en smokkelen
Woordfamilie van binnensmokkelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengesmokkeld | voltooid deelwoord | binnensmokkelen |
| binnengesmokkelde | woordvorm | binnensmokkelen |
| binnensmokkel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnensmokkelen |
| binnensmokkelde | subordinate-clause, verleden tijd | binnensmokkelen |
| binnensmokkelden | subordinate-clause, verleden tijd | binnensmokkelen |
| binnensmokkele | with-subordinate-clause | binnensmokkelen |
| binnensmokkelend | onvoltooid deelwoord | binnensmokkelen |
| binnensmokkelende | woordvorm | binnensmokkelen |
| binnensmokkelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnensmokkelen |
| smokkel binnen | gebiedende wijs | binnensmokkelen |
| smokkelde binnen | verleden tijd | binnensmokkelen |
| smokkelden binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnensmokkelen |
| smokkele binnen | woordvorm | binnensmokkelen |
| smokkelen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnensmokkelen |
| smokkelt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnensmokkelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnensmokkelen zijn vastgelegd.