binnenkrijgen
werkwoord /'bɪnəkrɛɪɣə(n)/Betekenis
- iets ongewild inslikken
- iets ontvangen, bijvoorbeeld per post
Hoe spreek je binnenkrijgen uit?
/ˈbɪnəkrɛixən/
Binnenkrijgen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| k | kat |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van binnenkrijgen
binnenkrijgenhele werkwoord — kreeg binnenverleden tijd enkelvoud — kregen binnenverleden tijd meervoud — binnengekregenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krijg binnen | kreeg binnen |
| jij | krijgt binnen | kreeg binnen |
| hij, zij, het | krijgt binnen | kreeg binnen |
| wij | krijgen binnen | kregen binnen |
| jullie | krijgen binnen | kregen binnen |
| zij | krijgen binnen | kregen binnen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen krijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult krijgen | bijzin, toekomende tijd |
| binnengekregen | verleden tijd, deelwoord |
| binnengekregen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengekregen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengekregen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengekregen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengekregen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengekregen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengekregen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengekregen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengekregen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengekregen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnenkreeg | bijzin, verleden tijd |
| binnenkregen | bijzin, verleden tijd |
| binnenkrijg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenkrijgend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenkrijgt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is binnengekregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was binnengekregen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd binnengekregen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt binnengekregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal binnengekregen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal binnengekregen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou binnengekregen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou binnengekregen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had binnengekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had binnengekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden binnengekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden binnengekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengekregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kreeg binnen | verleden tijd |
| krijg binnen | gebiedende wijs |
| te hebben binnengekregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengekregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengekregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengekregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt binnengekregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal binnengekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenkrijgen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengekregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnenkrijgen binnen zou(dt) krijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengekregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengekregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenkrijgen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnengekregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengekregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnenkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenkrijgen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengekregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van binnen en krijgen
Woordfamilie van binnenkrijgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengekregen | voltooid deelwoord | binnenkrijgen |
| binnenkreeg | subordinate-clause, verleden tijd | binnenkrijgen |
| binnenkregen | subordinate-clause, verleden tijd | binnenkrijgen |
| binnenkrijg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenkrijgen |
| binnenkrijge | with-subordinate-clause | binnenkrijgen |
| binnenkrijgend | onvoltooid deelwoord | binnenkrijgen |
| binnenkrijgende | woordvorm | binnenkrijgen |
| binnenkrijgt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenkrijgen |
| kreeg binnen | verleden tijd | binnenkrijgen |
| kregen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenkrijgen |
| krijg binnen | gebiedende wijs | binnenkrijgen |
| krijge binnen | woordvorm | binnenkrijgen |
| krijgen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenkrijgen |
| krijgt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenkrijgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenkrijgen zijn vastgelegd.