Naar de inhoud

bijzetten

een laatste rustplaats geven

bijzetten

werkwoord ˈbɛizɛtə(n)

Betekenis

  1. een laatste rustplaats geven
  2. zeilen ~: zeilen ontvouwen om meer wind te vangen

Hoe spreek je bijzetten uit?

/ˈbɛizɛtən/

Bijzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɛizɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛi trein
z zon
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bijzetten

bijzettenhele werkwoord — zette bijverleden tijd enkelvoud — zetten bijverleden tijd meervoud — bijgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet bij zette bij
jij zet bij zette bij
hij, zij, het zet bij zette bij
wij zetten bij zetten bij
jullie zetten bij zetten bij
zij zetten bij zetten bij
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal zetten bijzin, toekomende tijd
bij zou zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen zetten bijzin, toekomende tijd
bij zult zetten bijzin, toekomende tijd
bijgezet verleden tijd, deelwoord
bijgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijzet bijzin, tegenwoordige tijd
bijzette bijzin, verleden tijd
bijzettend onvoltooid, deelwoord
er is bijgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben bijgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijzetten bijzin, toekomende tijd
zet bij gebiedende wijs
zette bij verleden tijd
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijzetten bij zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijzetten bijzin, toekomende tijd
zult bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van bijzetten

Vervoeging van bijzetten

bijzettenhele werkwoord — zette bijverleden tijd enkelvoud — zetten bijverleden tijd meervoud — bijgezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet bij zette bij
jij zet bij zette bij
hij, zij, het zet bij zette bij
wij zetten bij zetten bij
jullie zetten bij zetten bij
zij zetten bij zetten bij
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal zetten bijzin, toekomende tijd
bij zou zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
bij zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen zetten bijzin, toekomende tijd
bij zult zetten bijzin, toekomende tijd
bijgezet verleden tijd, deelwoord
bijgezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijzet bijzin, tegenwoordige tijd
bijzette bijzin, verleden tijd
bijzettend onvoltooid, deelwoord
er is bijgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben bijgezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijzetten bijzin, toekomende tijd
zet bij gebiedende wijs
zette bij verleden tijd
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijzetten bij zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijzetten bijzin, toekomende tijd
zult bijgezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijgezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij bw en zetten ww

Woordfamilie van bijzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgezet voltooid deelwoord bijzetten
bijgezette woordvorm bijzetten
bijzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijzetten
bijzette subordinate-clause, verleden tijd bijzetten
bijzettend onvoltooid deelwoord bijzetten
bijzettende woordvorm bijzetten
zet bij gebiedende wijs bijzetten
zette bij verleden tijd bijzetten
zetten bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijzetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijzetten

Hoe spreek je bijzetten uit?
De uitspraak van bijzetten is: /ˈbɛizɛtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent bijzetten?
Bijzetten is een werkwoord. Het woord betekent: een laatste rustplaats geven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijzetten?
Je vervoegt bijzetten als volgt: het voltooid deelwoord is bijgezet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijzetten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijzetten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. Z 5
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijzetten in het kort

bijzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijzetten zijn 84 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijzetten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijzetten: een laatste rustplaats geven
Deel bijzetten — standaardnederlands.nl