bijtekenen
werkwoordBetekenis
- het arbeidscontract verlengen
werkwoord
- in een tekening bijwerken transitive
Vervoeging van bijtekenen
bijtekenenhele werkwoord — tekende bijverleden tijd enkelvoud — tekenden bijverleden tijd meervoud — bijgetekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | teken bij | tekende bij |
| jij | tekent bij | tekende bij |
| hij, zij, het | tekent bij | tekende bij |
| wij | tekenen bij | tekenden bij |
| jullie | tekenen bij | tekenden bij |
| zij | tekenen bij | tekenden bij |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| bijgetekend | verleden tijd, deelwoord |
| bijgetekend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgetekend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgetekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetekend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetekend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgetekend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgetekend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgetekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgetekend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgetekend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijteken | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijtekende | bijzin, verleden tijd |
| bijtekenden | bijzin, verleden tijd |
| bijtekenend | onvoltooid, deelwoord |
| bijtekent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is bijgetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgetekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgetekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgetekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgetekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgetekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgetekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben bijgetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijtekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teken bij | gebiedende wijs |
| tekende bij | verleden tijd |
| waart bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgetekend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijtekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijtekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijtekenen bij zou(dt) tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijtekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgetekend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijtekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgetekend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgetekend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijtekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijtekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijtekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij bw en tekenen ww
Woordfamilie van bijtekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgetekend | voltooid deelwoord | bijtekenen |
| bijgetekende | woordvorm | bijtekenen |
| bijteken | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijtekenen |
| bijtekende | subordinate-clause, verleden tijd | bijtekenen |
| bijtekenden | subordinate-clause, verleden tijd | bijtekenen |
| bijtekene | with-subordinate-clause | bijtekenen |
| bijtekenend | onvoltooid deelwoord | bijtekenen |
| bijtekenende | woordvorm | bijtekenen |
| bijtekent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijtekenen |
| teken bij | gebiedende wijs | bijtekenen |
| tekende bij | verleden tijd | bijtekenen |
| tekenden bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijtekenen |
| tekene bij | woordvorm | bijtekenen |
| tekenen bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijtekenen |
| tekent bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijtekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijtekenen zijn vastgelegd.