Naar de inhoud

bijsturen

een koerscorrectie uitvoeren

bijsturen

werkwoord

Betekenis

  1. een koerscorrectie uitvoeren

werkwoord

  1. een koerscorrectie uitvoeren zodat de juiste koers behouden blijft transitive
  2. naar de eis van de omstandigheden corrigeren transitive

Vervoeging van bijsturen

bijsturenhele werkwoord — stuurde bijverleden tijd enkelvoud — stuurden bijverleden tijd meervoud — bijgestuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stuur bij stuurde bij
jij stuurt bij stuurde bij
hij, zij, het stuurt bij stuurde bij
wij sturen bij stuurden bij
jullie sturen bij stuurden bij
zij sturen bij stuurden bij
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bij te sturen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen sturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal sturen bijzin, toekomende tijd
bij zou sturen bijzin, voorwaardelijk
bij zouden sturen bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt sturen bijzin, voorwaardelijk
bij zullen sturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen sturen bijzin, toekomende tijd
bij zult sturen bijzin, toekomende tijd
bijgestuurd verleden tijd, deelwoord
bijgestuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgestuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijsturend onvoltooid, deelwoord
bijstuur bijzin, tegenwoordige tijd
bijstuurde bijzin, verleden tijd
bijstuurden bijzin, verleden tijd
bijstuurt bijzin, tegenwoordige tijd
er is bijgestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgestuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgestuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgestuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgestuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgestuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgestuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgestuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgestuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgestuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgestuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgestuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stuur bij gebiedende wijs
stuurde bij verleden tijd
te hebben bijgestuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijsturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijsturen bijzin, toekomende tijd
zou bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijsturen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijsturen bij zou(dt) sturen bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijsturen bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgestuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijsturen bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijsturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijsturen bijzin, toekomende tijd
zult bijgestuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bijsturen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bijsturen bijzin, toekomende tijd
zult/zal bijsturen bij zult/zal sturen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van bij en sturen

Woordfamilie van bijsturen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgestuurd voltooid deelwoord bijsturen
bijgestuurde woordvorm bijsturen
bijsture with-subordinate-clause bijsturen
bijsturend onvoltooid deelwoord bijsturen
bijsturende woordvorm bijsturen
bijstuur subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsturen
bijstuurde subordinate-clause, verleden tijd bijsturen
bijstuurden subordinate-clause, verleden tijd bijsturen
bijstuurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijsturen
sture bij woordvorm bijsturen
sturen bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijsturen
stuur bij gebiedende wijs bijsturen
stuurde bij verleden tijd bijsturen
stuurden bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijsturen
stuurt bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijsturen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijsturen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bijsturen

Wat betekent bijsturen?
Bijsturen is een werkwoord. Het woord betekent: een koerscorrectie uitvoeren. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijsturen?
Je vervoegt bijsturen als volgt: het voltooid deelwoord is bijgestuurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijsturen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijsturen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijsturen in het kort

bijsturen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijsturen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijsturen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijsturen: een koerscorrectie uitvoeren
Deel bijsturen — standaardnederlands.nl