bijschrijven
werkwoordBetekenis
- iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening
- iemand ~: een persoon toevoegen aan een lijst
Vervoeging van bijschrijven
bijschrijvenhele werkwoord — schreef bijverleden tijd enkelvoud — schreven bijverleden tijd meervoud — bijgeschrevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrijf bij | schreef bij |
| jij | schrijft bij | schreef bij |
| hij, zij, het | schrijft bij | schreef bij |
| wij | schrijven bij | schreven bij |
| jullie | schrijven bij | schreven bij |
| zij | schrijven bij | schreven bij |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bij te schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bij te zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bij zal schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| bij zou schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zouden schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zoudt schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| bij zullen schrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bij zullen schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| bij zult schrijven | bijzin, toekomende tijd |
| bijgeschreven | verleden tijd, deelwoord |
| bijgeschreven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgeschreven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bijgeschreven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgeschreven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgeschreven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bijgeschreven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgeschreven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bijgeschreven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgeschreven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijgeschreven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bijschreef | bijzin, verleden tijd |
| bijschreven | bijzin, verleden tijd |
| bijschrijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijschrijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| bijschrijvend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bijgeschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bijgeschreven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bijgeschreven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bijgeschreven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bijgeschreven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bijgeschreven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bijgeschreven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bijgeschreven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schreef bij | verleden tijd |
| schrijf bij | gebiedende wijs |
| te hebben bijgeschreven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bijschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bijgeschreven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bijgeschreven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bijgeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bijgeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bijschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bijgeschreven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bijschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) bijschrijven bij zou(dt) schrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bijschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt bijgeschreven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijgeschreven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bijschrijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijgeschreven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijgeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bijgeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bijgeschreven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bijschrijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bijschrijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bijschrijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult bijgeschreven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van bij en schrijven
Woordfamilie van bijschrijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijgeschreven | voltooid deelwoord | bijschrijven |
| bijschreef | subordinate-clause, verleden tijd | bijschrijven |
| bijschreven | subordinate-clause, verleden tijd | bijschrijven |
| bijschrijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijschrijven |
| bijschrijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | bijschrijven |
| bijschrijve | with-subordinate-clause | bijschrijven |
| bijschrijvend | onvoltooid deelwoord | bijschrijven |
| bijschrijvende | woordvorm | bijschrijven |
| schreef bij | verleden tijd | bijschrijven |
| schreven bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bijschrijven |
| schrijf bij | gebiedende wijs | bijschrijven |
| schrijft bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bijschrijven |
| schrijve bij | woordvorm | bijschrijven |
| schrijven bij | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | bijschrijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijschrijven zijn vastgelegd.