Naar de inhoud

bijschrijven

iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening

bijschrijven

werkwoord

Betekenis

  1. iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening
  2. iemand ~: een persoon toevoegen aan een lijst

Vervoeging van bijschrijven

bijschrijvenhele werkwoord — schreef bijverleden tijd enkelvoud — schreven bijverleden tijd meervoud — bijgeschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijf bij schreef bij
jij schrijft bij schreef bij
hij, zij, het schrijft bij schreef bij
wij schrijven bij schreven bij
jullie schrijven bij schreven bij
zij schrijven bij schreven bij
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bij te schrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bij te zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bij zal schrijven bijzin, toekomende tijd
bij zou schrijven bijzin, voorwaardelijk
bij zouden schrijven bijzin, voorwaardelijk
bij zoudt schrijven bijzin, voorwaardelijk
bij zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bij zullen schrijven bijzin, toekomende tijd
bij zult schrijven bijzin, toekomende tijd
bijgeschreven verleden tijd, deelwoord
bijgeschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgeschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bijgeschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bijgeschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgeschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bijgeschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgeschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijgeschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bijschreef bijzin, verleden tijd
bijschreven bijzin, verleden tijd
bijschrijf bijzin, tegenwoordige tijd
bijschrijft bijzin, tegenwoordige tijd
bijschrijvend onvoltooid, deelwoord
er is bijgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bijgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bijgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bijgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bijgeschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bijgeschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bijgeschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bijgeschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bijgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bijgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bijgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bijgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreef bij verleden tijd
schrijf bij gebiedende wijs
te hebben bijgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bijschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bijgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bijgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bijgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bijgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bijgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bijgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bijgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bijschrijven bijzin, toekomende tijd
zijn bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bijgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bijschrijven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) bijschrijven bij zou(dt) schrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bijschrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt bijgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bijschrijven bijzin, voorwaardelijk
zullen bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bijgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bijgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bijschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bijschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bijschrijven bijzin, toekomende tijd
zult bijgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van bij en schrijven

Woordfamilie van bijschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bijgeschreven voltooid deelwoord bijschrijven
bijschreef subordinate-clause, verleden tijd bijschrijven
bijschreven subordinate-clause, verleden tijd bijschrijven
bijschrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijschrijven
bijschrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd bijschrijven
bijschrijve with-subordinate-clause bijschrijven
bijschrijvend onvoltooid deelwoord bijschrijven
bijschrijvende woordvorm bijschrijven
schreef bij verleden tijd bijschrijven
schreven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bijschrijven
schrijf bij gebiedende wijs bijschrijven
schrijft bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bijschrijven
schrijve bij woordvorm bijschrijven
schrijven bij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon bijschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijschrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bijschrijven

Wat betekent bijschrijven?
Bijschrijven is een werkwoord. Het woord betekent: iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bijschrijven?
Je vervoegt bijschrijven als volgt: het voltooid deelwoord is bijgeschreven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bijschrijven is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. I 1
  3. J 4
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. R 2
  8. I 1
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bijschrijven levert met Wordfeud minimaal 35 en maximaal 135 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. R 2
  8. I 2
  9. J 4
  10. V 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 35 zonder bonus
  14. 135 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bijschrijven in het kort

bijschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bijschrijven zijn 89 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bijschrijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bijschrijven: iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening
Deel bijschrijven — standaardnederlands.nl