biecht
zelfstandig naamwoord, werkwoord bixtBetekenis
- het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft, en de biechteling met de kerk verzoent
- het belijden van de eigen morele misstappen
Hoe spreek je biecht uit?
/bixt/
Biecht bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| x | acht |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biechten | meervoud |
| biechtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biechtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van biechten
- gebiedende wijs van biechten
Vervoeging van biecht
biechthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘belijdenis (van zonden)’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van biecht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biechtje | verkleinwoord | biecht |
| biechtjes | verkleinwoord meervoud | biecht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biecht zijn vastgelegd.