bezondigen
werkwoord /bə'zɔndəɣə(n)/Betekenis
- zich ~ aan: zonde op zich laden
Hoe spreek je bezondigen uit?
/bəˈzɔndəxən/
Bezondigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bezondigen
bezondigenhele werkwoord — bezondigdeverleden tijd enkelvoud — bezondigdenverleden tijd meervoud — bezondigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezondig | bezondigde |
| jij | bezondigt | bezondigde |
| hij, zij, het | bezondigt | bezondigde |
| wij | bezondigen | bezondigden |
| jullie | bezondigen | bezondigden |
| zij | bezondigen | bezondigden |
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezondig | gebiedende wijs |
| bezondig me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezondig u/je , bezondigt je | gebiedende wijs |
| bezondigd | verleden tijd, deelwoord |
| bezondigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezondigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezondigde | verleden tijd |
| bezondigde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezondigde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezondigde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bezondigde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezondigde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezondigde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bezondigde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezondigden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezondigden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezondigden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezondige | aanvoegende wijs |
| bezondige zich | aanvoegende wijs |
| bezondigen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezondigen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezondigen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezondigend | onvoltooid, deelwoord |
| bezondigt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezondigt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezondigt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezondigt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezondigt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezondigt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezondigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezondigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezondigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezondigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezondigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezondigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezondigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezondigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezondigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezondigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezondigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezondigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me bezondigen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich bezondigen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je bezondigen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich bezondigd hebben | verleden tijd |
| zich bezondigend | onvoltooid, deelwoord |
| zou bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezondigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezondigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen je bezondigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons bezondigen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich bezondigen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult bezondigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezondigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult u bezondigen | tweede persoon |
| zult u bezondigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u bezondigen | tweede persoon |
| zult zich/u bezondigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van zondigen met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bezondigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezondig | gebiedende wijs | bezondigen |
| bezondigd | voltooid deelwoord | bezondigen |
| bezondigde | verleden tijd | bezondigen |
| bezondigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezondigen |
| bezondige | aanvoegende wijs | bezondigen |
| bezondigend | onvoltooid deelwoord | bezondigen |
| bezondigende | woordvorm | bezondigen |
| bezondigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezondigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezondigen zijn vastgelegd.