Naar de inhoud

bezoldigen

salaris geven aan

bezoldigen

werkwoord

Betekenis

  1. salaris geven aan

Vervoeging van bezoldigen

bezoldigenhele werkwoord — bezoldigdeverleden tijd enkelvoud — bezoldigdenverleden tijd meervoud — bezoldigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezoldig bezoldigde
jij bezoldigt bezoldigde
hij, zij, het bezoldigt bezoldigde
wij bezoldigen bezoldigden
jullie bezoldigen bezoldigden
zij bezoldigen bezoldigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezoldig gebiedende wijs
bezoldigd verleden tijd, deelwoord
bezoldigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezoldigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezoldigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezoldigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezoldigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezoldigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezoldigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezoldigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezoldigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezoldigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezoldigde verleden tijd
bezoldige aanvoegende wijs
bezoldigend onvoltooid, deelwoord
er is bezoldigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezoldigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezoldigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezoldigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezoldigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezoldigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezoldigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezoldigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezoldigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezoldigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezoldigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezoldigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezoldigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezoldigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezoldigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezoldigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezoldigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezoldigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezoldigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezoldigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezoldigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezoldigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezoldigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezoldigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezoldigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezoldigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezoldigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezoldigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezoldigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezoldigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘salaris geven’ voor het eerst aangetroffen in 1642

Woordfamilie van bezoldigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezoldig gebiedende wijs bezoldigen
bezoldigd voltooid deelwoord bezoldigen
bezoldigde verleden tijd bezoldigen
bezoldigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezoldigen
bezoldige aanvoegende wijs bezoldigen
bezoldigend onvoltooid deelwoord bezoldigen
bezoldigende woordvorm bezoldigen
bezoldigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezoldigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezoldigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bezoldigen

Wat betekent bezoldigen?
Bezoldigen is een werkwoord. Het woord betekent: salaris geven aan.
Hoe vervoeg je bezoldigen?
Je vervoegt bezoldigen als volgt: de tegenwoordige tijd is bezoldig, de verleden tijd is bezoldigde en het voltooid deelwoord is bezoldigd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezoldigen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. O 1
  5. L 3
  6. D 2
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezoldigen levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. O 1
  5. L 3
  6. D 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezoldigen in het kort

bezoldigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bezoldigen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bezoldigen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bezoldigen: salaris geven aan
Deel bezoldigen — standaardnederlands.nl